Post-hbo-opleiding Jonge Kind specialist

Jonge kinderen leren door te doen, door te handelen, door te spelen! Maar hoe stimuleer je dat in jouw onderwijs en opvang? Hoe organiseer je de leeromgeving zo dat alle ontwikkelingsgebieden aan bod komen? Hoe begeleid je kinderen bij hun spel zodat dit aan ontwikkelingswaarde wint? Hoe houd je hun ontwikkeling bij en hoe leg je dit vast? Wat vraagt dit alles van jouw pedagogische en didactische vaardigheden? Dit zijn enkele van de vragen die centraal staan in de post-hbo-opleiding Jonge Kind specialist.

Tijdens de peuter- en kleuterjaren zien we het jonge kind, als hij op de juiste wijze wordt gestimuleerd, met sprongen vooruit gaan in zijn ontwikkeling. Onderzoek van De Haan en Leseman (2011) laat echter de noodzaak zien van leidsters en leraren die op de hoogte zijn van de specifieke pedagogisch-didactische benadering van het jonge kind, zodat deze ontwikkeling ook daadwerkelijk tot stand komt.

Het kind in de peuter- en kleuterfase ontwikkelt zich op een geheel eigen manier. Het spel neemt hierbij een belangrijke plaats in. In het spel komen alle ontwikkelingslijnen samen. Er worden geen vakken gegeven, maar pedagogisch medewerkers/leerkrachten hebben de ontwikkelingslijnen van alle ontwikkelingsgebieden goed in het hoofd, zodat zij een rijke leeromgeving kunnen creëren. Vaardigheden, zoals bijvoorbeeld werken in kleine kringen en uitlokken van interacties, zijn hierbij noodzakelijk. Tijdens de opleiding worden deze vaardigheden planmatig en in relatie met de praktijk uitgewerkt.

  • Voor startende én ervaren leerkrachten van de groepen 1 en 2 en pedagogisch medewerkers met een relevante hbo-opleiding
  • Gecertificeerde opleiding
  • Ontwikkel je visie op de ontwikkeling van het jonge kind

Het opzetten van een lerend netwerk binnen jouw voorschool, peuterspeelzaal en/of het (onderbouw)team maakt eveneens deel uit van de opleiding. Samen werken en samen leren is de basis van goed opvang en onderwijs. Van jou vereist dit een onderzoekende houding, een open mindset en het kunnen opnemen van verschillende professionele rollen (leerkracht/leidster), collega, kartrekker, netwerker, organisator, onderzoeker, et cetera).

Wat kun je na de post-hbo-opleiding Jonge Kind specialist?  

Je bent in staat een beargumenteerd aanbod voor het jonge kind te ontwikkelen en vorm te geven in de praktijk. Je doet dit vanuit een onderbouwde visie op de ontwikkeling van het jonge kind. Je kent de ontwikkelings- en leerlijnen en weet de ontwikkelingen van het jonge kind te observeren en te registreren in het leerlingvolgsysteem van jouw instelling. Op grond van de signalering ben je in staat groepsoverzichten en groepsplannen te maken, met oog voor de eigen pedagogisch-didactische aanpak van het jonge kind. Door het opzetten van een lerend netwerk leer je hoe je binnen (en eventueel buiten) je team kennisoverdracht kunt realiseren.

Studieduur

10 maanden

Contacttijd

8 hele dagen

Locatie

Groningen

Leerkrachten over Jonge Kind specialist

"De woensdag was een feestje!"
Zij hebben beiden de post-hbo-opleiding Jonge Kind specialist gedaan en beiden kijken ze met veel voldoening terug op de opleiding. “De woensdag was een feestje. Het is absoluut aan te bevelen. Je krijgt er zelf nieuwe energie van”, zegt Ineke Vroom (1976), leerkracht van groep 1 en 2 op de Rehoboth in Oldekerk. Herma Winters (1960), kleuterjuf in Kindcentrum Beatrix te Beilen valt haar bij: “Het is echt een verrijking. Ik heb vroeger de KLOS gedaan en ik moet zeggen dat die opleiding ook achteraf gezien verrekte goed in elkaar zat, maar er zijn toch nieuwe inzichten, met name als het om de ontwikkeling van het brein gaat”.
 
Nieuwe inzichten
Waarom ze voor opleiding hebben gekozen? Ineke: “Ik werk al vijftien jaar met de kleuters. Spelen is naar mijn mening de natuurlijke manier van leren. Maar ik wilde het spel op een hoger plan brengen en nieuwe inzichten vanuit het hersenonderzoek in de praktijk brengen”. Herma: “Ik ben begaan met mijn vak en ben steeds op zoek hoe ik mijn kennis en kunde over kan dragen. De cursus zou eerst in company gegeven worden, maar uiteindelijk was het heel leuk en leerzaam om ook collega’s van andere scholen en verenigingen te ontmoeten”.
 
Juffen doen meesterproef
Beiden spreken ze met waardering over de meesterproef die ze samen met andere cursisten in een leerteam moesten doen. Het leerteam van Ineke koos voor onderzoekend leren, een onderwerp dat prima aansluit op de 21e eeuwse vaardigheden. De inzichten past ze nu toe in de klas. Het leerteam van Herma (foto) koos voor ‘ICT en het jonge kind’. Herma heeft in het verleden al een post-hbo-opleiding ICT heeft gedaan en zelf een app (Klankcarrousel) op de markt gebracht die leerkrachten helpt om letterklanken aan te leren. Maar ze is beslist geen kritiekloze adept van de tablet in het onderwijs. “Kinderen leren door spel. Dat was vroeger zo en dat zal over 1000 jaar nog zo zijn, maar je moet wel de dingen van deze tijd in je onderwijs integreren. Maar denk erover na wat je de kinderen wilt leren. Voor de fijne motoriek kun je prima een iPad inzetten, maar bouwen leer je met blokken en niet op of met een iPad. Het is te triest dat kinderen niet meer met de echte materialen spelen”.
 
Opleiding geeft steuntje in de rug
De opleiding heeft beiden vooral gesterkt in hun visie op leren. Ineke: “Ik kan nu beter uitleggen waarom ik doe wat ik doe. Wij moeten toch vaak opboksen tegen de verschoolsing van het leren van jonge kinderen”. Herma: “Ik heb ontdekt dat wat ik vanuit de KLOS al instinctmatig deed bevestigd wordt door het recente breinonderzoek. Onze organisatie is volop in verandering. Ik ben nu nog beter in staat om op te komen voor belang van spelend leren.”
 
Mijn werk is mijn passie
Als gepassioneerd kleuterleidster (“Mijn werk is mijn passie”) heeft Herma nog een paar aanbevelingen. De opleiding Jonge Kind  specialist mag wat haar betreft nóg meer aandacht besteden aan de ontwikkeling van het brein. En wat de pabo betreft: “Vijf uur spel in een hele opleiding is echt te weinig. En de opdrachten die de studenten meekrijgen zijn te vakgestuurd en zouden zeker in de onderbouw veel meer vakoverschrijdend moeten zijn”.