Attje Hanje

“Mijn lessen zijn inhoudelijk beter en afwisselend geworden”

Attje Hanje (46) is werkzaam als docent Nederlands in het voortgezet onderwijs. Al twintig jaar stond ze voor de klas, hoewel ze met haar pabo-diploma officieel niet bevoegd was om les te geven in het voortgezet onderwijs. Om haar tweedegraads bevoegdheid alsnog te behalen, volgde ze het traject Zij-instroom in Beroep.

“Toen ik hoorde dat ik me moest bijscholen, vond ik dat eerst onterecht. Ik kon heus wel lesgeven, met al mijn ervaring. Maar achteraf denk ik: ja, dit is echt goed geweest. Het heeft me enorm verrijkt en ik ben weer helemaal bij met alle ontwikkelingen in het vakgebied. Ik leerde dingen waar ik eerder niet bij stilstond: over taalkunde, literatuurgeschiedenis en fonologie, hoe je die stof interessant kunt brengen, hoe je digitale tools gebruikt, hoe je goed kunt reflecteren op je onderwijs … Mijn lessen zijn daardoor inhoudelijk beter en afwisselend geworden. Wat ik nu bijvoorbeeld meer doe, is zorgen voor autonomie: de klas zelf verantwoordelijk maken voor hun leerproces, ook al vinden sommige leerlingen dat best moeilijk.”

Twee jaar lang knallen

Voor het behalen van een lesbevoegdheid kun je een volledige lerarenopleiding volgen, maar er zijn ook andere opties. Als een beperkte bevoegdheid in de onderbouw van het vmbo basis-kader volstaat, is een opscholingstraject met een duur van 30 EC een optie. Wil je in het hele vmbo en de onderbouw van de havo kunnen lesgeven in je vakgebied, kies dan voor het vakgerichte ZiB-opleidingstraject, waarmee in 2 jaar een tweedegraads bevoegdheid kan worden behaald. Attje: “Een maatje van me zat in dezelfde situatie, dus we zeiden tegen elkaar: ‘Twee jaar lang gaan we knallen!’ De school waar ik werkte, was heel toegeeflijk in dit proces. Dat werd ook van hen verwacht: in een overeenkomst tussen mij, mijn werkgever en de opleiding werd vastgelegd dat ze mij zoveel mogelijk moesten helpen om het traject te halen. Ik werkte daardoor wat minder, hoefde niet naar vergaderingen of pleinwacht te lopen en als ik een tentamen had of dacht dat ik het niet zou redden, dan kreeg ik studieverlof. Mijn school kreeg daar een vergoeding voor, dus had ook de mogelijkheden om vervanging te regelen. Als ik een tentamen had, konden ze daardoor zeggen: ‘Neem de hele dag maar vrij om je voor te bereiden’.”

Persoonlijk opleidingstraject

Vóór de start van het opleidingstraject wordt er een geschiktheidsonderzoek gedaan waarvoor je een portfolio vult met bewijzen voor je bekwaamheid. Een aansluitend assessment bestaat vervolgens uit het geven van een les Nederlands en een gesprek met twee assessoren over het portfolio en de les. De uitkomst van het geschiktheidsonderzoek wordt vastgelegd in een rapportage met een advies over de nog te volgen scholing en begeleiding. “De opleiding was daardoor echt ons eigen traject: een coach keek mee welke onderdelen je wel en niet hoefde te volgen, afhankelijk van je ervaring. Het begin was best pittig: naast je baan zit je een hele middag en avond in de week op school. Het was even wennen om alles te combineren: werk, studie en gezin. Alle vrije avonden, weekenden en vakanties besteedde ik wel aan de opleiding. Een huishoudster is geen luxe, zeiden we weleens grappend. Maar op een gegeven moment vind je daar wel een weg in. Mijn pubers konden me bijvoorbeeld prima helpen! En het is een kwestie van goed plannen.

Ik ben heel blij dat ik deze opleiding heb gedaan. Op veel scholen werken nog onbevoegde docenten, en dat verschil merk je. Tegen andere docenten in deze situatie zou ik zeggen: absoluut gaan doen, je krijgt er geen spijt van!”

“Ik ben weer helemaal bij met alle ontwikkelingen in het vakgebied”